|









| |
Het Dorp - Mijn dorp
Melodie : Het Dorp van Wim
Sonneveld
Dit is het lied van Wim Sonneveld dat door Geurt de Jong-van-de-Kerklaan is
herschreven en gezongen op diverse plaatsen in Balricum.
De melodie hierbij kunt horen door het geluid aan te zetten.
Tekst:
De meent, het veen, de gooische gracht. Wat was dat alles toch een pracht.
Een mestkar en een paard en wagen.
Het rook er vaak naar koeiestront. De toren sloeg bij elke stond.
Gedachten doe bij mij opdagen.
Ik was er altijd in mijn hum. Mijn eigen dorp Blaricum.
Den eng met al zijn bos en koren. De wegen waren soms van gruis.
En op de Kerklaan staat het huis waarin ik ben geboren.
En op het grasplak van mijn vader, zag ik die mooie bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter, dan dat het nooit voorbij zou gaan.
Uit de muziektent klonk muziek. ' t Was in de buurt van Tante Riek.
Bij Topfel kocht je sigaren.
Een reepje chocola kocht ik het liefst bij Truus Riga.
Die schat liet je je centjes sparen.
Mevrouw Piepers in 't decor. Natuurlijk ook Mijnheer Pastoor.
En Herman op de kolewagen.
Gijs Calis zat op zijn trak.
En Tinus liep op zijn gemak, om aalmoesjes te vragen.
En op het grasplak van mijn vader, zag ik die mooie bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter, dan dat het nooit voorbij zou gaan.
Het veen dat is er nu niet meer. Geofferd aan het snelverkeer.
De Meent werd een groot woonorgaan.
De mestkar staat in het musee. De paard en wagen werd een slee.
Maar toch wil ik nog eventjes terug gaan.
Met Corrie en Anneke op 't schoolplein. Wat hadden wij toch een gein.
' K hoor moeder bij het koken zingen.
Mijn bad was een gewone teil. Tegen het spatten lag een dweil.
' T zijn slechts een paar herinneringen.
Want op het grasplak van mijn vader, zie ik die bomen niet meer staan,
Ik was een kind hoe kon ik weten, dat alles weer voorbij zou gaan.
Gezongen door Geurt de Jong-van-de-Kerklaan
Terug naar boven
|